Transportation Corps U.S. Army 4389 (gebouwd in 1943)

Info over de locomotief:

Ter voorbereiding van de bevrijding van Europa en andere delen van de wereld tijdens de Tweede Wereldoorlog lieten het Amerikaanse leger (United States Army Transportation Corps) en het Britse War Department grote aantallen locomotieven, zowel diesel- als stoomlocomotieven, en goederenwagons bouwen. De geallieerden hadden spoorwegen nodig om het snel oprukkende leger met grote hoeveelheden goederen, zoals tanks, munitie, maar ook levensmiddelen, te kunnen bevoorraden. In drie jaar tijd werden in recordtempo ongeveer 100.000 spoorwegvoertuigen gebouwd, waarvan ongeveer 4500 locomotieven. Het oorlogsmaterieel werd ontworpen om goedkoop en snel gebouwd te worden, maar ook robuust en makkelijk in onderhoud te zijn. De locomotieven en goederenwagons werden gebouwd met een verwachte levensduur van slechts vijf jaar. Van de geallieerde locomotieven zijn er tegenwoordig acht in Nederland te vinden bij verschillende spoorwegmusea. Dit zijn de Amerikaanse diesellocomotieven USATC 7989 en USATC 8147, de Amerikaanse stoomlocomotief USATC 4389, de Britse diesellocomotieven WD 70031, WD 70033 en WD 70269 en de Britse stoomlocomotieven WD 75080 en WD 73755. De geallieerde goederenwagons bestonden uit gesloten goederenwagons, ketelwagons en platte wagons. In Nederland zijn bij spoorwegmusea de Amerikaanse boxcars USATC 224340 en USATC 2200055 en de Amerikaanse ketelwagons USATC 17023 en USATC 17048 te zien. Op D-Day, 6 juni 1944, landden de geallieerde troepen in Normandië, Frankrijk. In het begin waren de Europese havens door de Duitsers geblokkeerd, waardoor de eerste geallieerde treinen bij het strand in Normandië het Europese land werden opgebracht. Na D-Day werden in hoog tempo duizenden locomotieven en goederenwagons naar het Europese vasteland gebracht. Het andere oorlogsmaterieel werd tijdens de oorlog in andere delen van de wereld gebruikt. Op 5 mei 1945 werd het Nederlandse vasteland door de geallieerden bevrijd van de Duitsers. Op 11 juni werden de Waddeneilanden ook bevrijd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden duizenden Nederlandse goederenwagons, locomotieven, rijtuigen en treinstellen naar het oosten afgevoerd of deze bleven erg beschadigd achter. Ook was veel infrastructuur op veel plekken vernietigd; tijdens de oorlog waren 180 spoorbruggen opgeblazen. De Nederlandsche Spoorwegen schatte de totale oorlogsschade op 522,5 miljoen gulden (omgerekend zou dat ongeveer 3,9 miljard euro zijn in 2025). Personeel van de NS maakte meerdere reizen naar het oosten om Nederlandse treinen terug te zoeken die nog bruikbaar waren. Een deel werd nooit teruggevonden en werd door NS administratief afgevoerd. Nadat de Tweede Wereldoorlog ten einde was gekomen, belandde veel overtollig Amerikaans en Brits oorlogsspoormaterieel op grote legerdumps in Europa. Hier konden de Europese spoorwegmaatschappijen materieel kopen of huren om hun spoornetwerk weer op te bouwen. NS en enkele andere bedrijven in Nederland namen rond de 400 Amerikaanse en Britse diesel- en stoomlocomotieven over uit de legerdumps. NS nam ongeveer tweeduizend goederenwagons over van het Amerikaanse leger om zo de treindiensten weer op te bouwen. Van deze locomotieven zijn de diesellocomotieven NS 162, NS 164, NS 508, NS 620, NS 2019 en de stoomlocomotieven NS 5085, NS 8811 en de Oranje Nassau 26 bewaard of gereconstrueerd. Deze locomotieven zijn teruggebracht in de kleuren die ze tijdens de oorlog droegen of de donkergroene kleur die NS de locomotieven gaf. Daarnaast kocht en huurde NS locomotieven uit andere landen in Europa, waaronder West-Duitsland. De NS 7853 is een reconstructie van een Zwitserse locomotiefserie die na de oorlog drie jaar in Nederland heeft gereden. Van de oorlogsgoederenwagons die later bij NS terechtkwamen zijn de ketelwagons USATC 17023 en USATC 17048 en de gesloten goederenwagon USATC 224340 bewaard. Het overgrote deel van de locomotieven en goederenwagons werd binnen tien jaar, toen nieuw materieel beschikbaar was, weer buiten dienst gesteld. In de eerste jaren na de oorlog werden door een gebrek aan rijtuigen goederenwagons ingezet voor reizigersvervoer. Ook werden bussen en legertrucks ingezet als vervanging van de treindienst.

De U.S. Army Transportation Corps ontwierp in 1941 een serie stoomlocomotieven om tijdens de bevrijding in te zetten voor rangeerwerkzaamheden. De locomotieven hadden een maximumsnelheid van 50 km/u. De Amerikaanse fabrikanten Davenport Locomotive Works, H.K. Porter en Vulcan Iron Works bouwden in hoog tempo 382 locomotieven van de serie USATC S100 Class. De USATC 4389 werd in 1943 gebouwd door Davenport Locomotive Works en Murray Iron Works leverde de ketel. De locomotieven werden per schip naar Engeland verscheept en daar verder afgebouwd. De 4389 werd eind 1943 of begin 1944 naar Engeland verscheept en kwam in Cardiff aan. Doordat de locomotieven pas vanaf D-Day, op 6 juni 1944, ingezet konden worden voor de bevrijding van Europa, werden de stoomlocomotieven in Engeland ingezet door het War Department. De 4389 werd kortstondig verhuurd aan de Great Western Railway. Tijdens de oorlog werden de locomotieven van de serie USATC S100 Class onder andere ingezet in Zuid-Limburg. Na D-Day werden de stoomlocomotieven die in Amerika werden afgeleverd direct naar Europa verscheept. Naast Europa werden de stoomlocomotieven ook naar Afrika gebracht.

 
 
 
   

Na de oorlog belandden ook de USATC S100 Class-stoomlocomotieven op Europese legerdumps, zodat Europese bedrijven de locomotieven konden huren of kopen. Amerika bood haar locomotieven naast Europa ook aan de rest van de wereld te koop aan. De Amerikaanse locomotieven waren erg populair en werden na de oorlog in een groot aantal landen ingezet. De USATC S100 Class werd door diverse bedrijven in Amerika, Mexico en op het eiland Jamaica ingezet voor rangeerwerkzaamheden. In Europa reden de locomotieven in het Westblok in Engeland, Frankrijk, Italië, Griekenland, Nederland en Oostenrijk. Daarnaast werden de locomotieven ook in Joegoslavië ingezet. In Afrika werden de locomotieven ingezet in Egypte, Irak, Iran, Israël en Palestina. Tevens kwamen enkele locomotieven ook in China terecht. In Nederland kochten de Oranje-Nassau Mijnen in 1947 de Amerikaanse locomotieven 1948 en 4389. De USATC 4389 kreeg het nummer ON26 en de 1948 het nummer ON27. De locomotieven werden bij de Oranje-Nassau Mijnen ingezet voor rangeerwerkzaamheden.

Door de sterke opkomst van vrachtwagens in de jaren '60 liep het goederenvervoer per spoor terug en sloten veel los- en laadplaatsen. Sinds de ontdekking van het aardgasveld onder Groningen in 1959 begonnen de kolenmijnen in Zuid-Limburg verlies te maken. Naast het Groningse gas hadden de kolenmijnen veel concurrentie van olie en goedkopere steenkolen uit buitenlandse mijnen. De kolentreinen vanuit Limburg naar de rest van het land, waar NS veel geld aan verdiende, namen sterk af. De mijn Hendrik werd in 1963 als eerste gesloten. Op 17 december 1965 maakte toenmalig minister-president Joop den Uyl in Heerlen de sluiting van de kolenmijnen in Nederland bekend. In 1965 werd nog 11,446 miljoen ton steenkool gedolven. Daarna nam de productie explosief af. Op 20 december 1974 werd de mijn Julia als een na laatste mijn in Nederland gesloten, gevolgd door de Oranje-Nassau I op 31 december van dat jaar.

De ON26 en ON27 rangeerden tot ongeveer 1970 bij de kolenmijn. De ON27 werd gesloopt, maar de ON26 werd op reserve gehouden. De Stoomtrein Goes - Borsele kocht in 1972 de in slechte staat verkerende ON26. De locomotief kreeg het nummer SGB 4. In 1977 begon men aan een uitgebreide restauratie van de locomotief. De SGB 4 werd in 1982 door H.F. Enter officieel in dienst gesteld. De heer H.F. Enter was vanuit zijn functie bij NS zeer belangrijk voor museumspoorlijnen in Nederland. De SGB 4 werd naar hem vernoemd en kreeg de naam 'Enter'. In 1995 werd de locomotief geschilderd in de matzwarte kleur zoals hij als USATC 4389 tijdens de oorlog reed. De USATC 4389 werd in 2013 na een uitgebreide restauratie opnieuw in dienst gesteld. Bij deze revisie kreeg de locomotief onder andere een nieuwe ketel en werd hij tot in de details teruggebracht naar het uiterlijk dat de locomotief tijdens de oorlog had.

De USATC 4389 heeft vanwege haar cultuurhistorische waarde de B-status toegekend gekregen binnen het Nationaal Register Mobiel Erfgoed.

 
De Transportation Corps U.S. Army 4389 staat in de werkplaats van de SGB. 26 april 2026. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Onderdelen van de 4389. 26 april 2026. © TreinenInNederland.nl
 
Stoomloc 4389, The Yankee Tank ondergaat een grote revisie. Sporen naar het verleden 2023, 18 mei 2023. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De 1136 staat al jaren opgesteld op het terrein van de SGB. Naast de 1100 staat de Transportation Corps U.S. Army 4389
tijdens het evenement 'Sporen naar het verleden'. 12 mei 2018. © TreinenInNederland.nl
 
De Transportation Corps U.S. Army 4389 staat op het museumterrein van de SGB. 12 mei 2018. © TreinenInNederland.nl
 
De Hippel 521 komt aan rijden en wordt naast de 4389 gezet. 12 mei 2018. © TreinenInNederland.nl
 
 
 
 
De 4389 komt met een stam Blokkendoos-rijtuigen station Hoedekenskerke binnen rijden. 12 mei 2018. © TreinenInNederland.nl
 
De 4389 staat met de rijtuigen langs het perron van station Hoedekenskerke. 12 mei 2018. © TreinenInNederland.nl
 
De locomotief heeft het bordje 'The Yankee Tank' voorop. 12 mei 2018. © TreinenInNederland.nl
 
De 4389 rangeert op station Hoedekenskerke. 12 mei 2018. © TreinenInNederland.nl
 
De 4389 reed als laatste naar het spoor, daar werden de drie stoomlocs achter elkaar gezet om stoom af te blazen.
12 mei 2018. © TreinenInNederland.nl
 
 
De WD 75196, MBS 7853 en de 4389 staan stoom af te blazen. 12 mei 2018. © TreinenInNederland.nl
 
 
De US ATC 4389 staat in haar loods te Goes. 11 september 2016. © TreinenInNederland.nl
 
 
de US Army Transportation Corps 4389 passeert de War Department 33 tijdens de SpoorParade in Amersfoort ter gelegenheid van de viering van 175 Jaar Spoor in Nederland. © TreinenInNederland.nl
 
US ATC 4389 tijdens de SpoorParade. © TreinenInNederland.nl
 
US ATC 4389 tijdens de SpoorParade. © TreinenInNederland.nl